Bloeddruk

De bloeddruk is de druk die het bloed in de slagaders uitoefent op de wand van deze bloedvaten.

bloeddruk

De bloeddruk schommelt voortdurend: tijdens het samentrekken van het hart wordt het bloed in de grote lichaamsslagader (aorta) gestuwd en verhoogt de bloeddruk. De maximum druk die zo bereikt wordt tijdens een hartcyclus noemt men de systolische bloeddruk of bovendruk. Na het samentrekken van het hart ontspant de hartspier zich weer en daalt de druk in de bloedvaten. De minimale druk die bereikt wordt tijdens de maximale ontspanning van het hart noemt men de diastolische bloeddruk of onderdruk.

Een bloeddruk wordt altijd weergegeven door 2 cijfers (systolische bloeddruk / diastolische bloeddruk) en de meeteenheid is millimeter kwik (mm Hg): de hoogte van de kwikkolom bij de klassieke kwikbloeddrukmeters.

Naast deze schommelingen tijdens een normale hartcyclus schommelt de bloeddruk ook sterk doorheen de dag. Verschillende factoren spelen een invloed op de bloeddruk, zoals inspanning en stress.

Daarom is het erg belangrijk dat de bloeddruk op een gestandaardiseerde manier wordt gemeten en op verschilende tijdstippen wordt bepaald. Voor het nemen van een bloeddruk moet men eerst 5 minuten in rust zitten.

Een normale bloeddruk gemeten bij de arts is lager dan 140/90: de systolische bloeddruk is lager dan 140mm Hg, de diastolische lager dan 90mm Hg. Voor thuismetingen liggen deze grenswaardes op 135/85.

Bij een bloeddruk waarbij minstens 1 van de waardes hoger ligt dan de aangegeven grens spreekt men van hypertensie of hoge bloeddruk.